Hoofdstuk 4. Werken met tekst

Tekst komt op veel plaatsen voor, zoals in vensters en dialoogvensters, op webpagina's, in Help-bestanden en in documenten. In dit hoofdstuk leert u hoe u tekst kunt lezen, selecteren en bewerken met VoiceOver.

Tekst lezen

In VoiceOver kunt u op verschillende manieren tekst lezen. U kunt de tekst woord voor woord laten voorlezen, maar ook in één keer een hele regel, zin of alinea. Daarnaast kunt u woorden en tekens volgens het telefoonalfabet laten spellen.

Als u tijdens het lezen op de Control-toets drukt, wordt het lezen onderbroken. Druk nogmaals op de toets om verder te luisteren. Als u gebruikmaakt van VoiceOver-bewegingen, tikt u met twee vingers.

VoiceOver-commando's gebruiken
VoiceOver-bewegingen gebruiken

Als u de optie om alles te lezen hebt geselecteerd, kunt u met opdrachten de tekst vooruit- of terugspoelen. Gebruik de categorie 'Commando's' in VoiceOver-hulpprogramma om deze algemene commando's toe te wijzen aan toetsen op het numerieke toetsenblok of op het toetsenbord, of voor gebruik bij snelnavigatie. Druk op VO + F8 om VoiceOver-hulpprogramma te openen.

Als u de toets Pijl-omlaag gebruikt om van de ene naar de andere tekstregel te gaan, wordt de regel voorgelezen waar het invoegpunt is geplaatst. Als u op de eerste regel van een document op de toets Pijl-omlaag drukt, wordt de regel niet voorgelezen omdat het invoegpunt naar de volgende regel is verplaatst. Om de eerste regel met tekst in een document te horen, drukt u op VO + Pijl-omlaag.

Wanneer VoiceOver tekst op een webpagina voorleest, worden interne koppelingen (koppelingen op de huidige webpagina) aangegeven als het detailniveau voor koppelingen op 'Hoog' is ingesteld in VoiceOver-hulpprogramma.

Scrollen naar inhoud

Als er meer inhoud beschikbaar is dan kan worden weergegeven in een venster, kunt u naar de verborgen inhoud scrollen. Als u een VoiceOver-commando of VoiceOver-bewegingen gebruikt om naar inhoud te scrollen, hoeft u niet eerst met de inhoud te werken.

Een VoiceOver-commando gebruiken
  1. Werken met het scrolgebied.
  2. Druk op VO + Shift + S om te beginnen met scrollen.

    U kunt tijdens het scrollen geen andere VoiceOver-commando's gebruiken.

  3. Scrol door de inhoud.

    Druk op de pijltoetsen om omhoog en omlaag of naar links en naar rechts te scrollen.

    Om met één pagina tegelijk te scrollen, drukt u op de toets Page Up of Page Down om verticaal te scrollen en op Shift + Page Up of Shift + Page Down om horizontaal te scrollen.

    Er wordt een geluid afgespeeld als u niet meer verder kunt scrollen in een bepaalde richting.

  4. Om te stoppen met scrollen, drukt u op Escape.
VoiceOver-bewegingen gebruiken

Wanneer u met de inhoud werkt, scrolt de VoiceOver-cursor automatisch tijdens het navigeren door de inhoud.

Woorden met spelfouten aankondigen

VoiceOver kan een waarschuwing geven als er een woord met een spelfout wordt aangetroffen.

  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Tekst'.
  3. Kies een van de volgende opties uit het venstermenu 'Als een spelfout wordt aangetroffen': 'Doe niets', 'Speel toon af', 'Spreek kenmerken uit' of 'Wijzig toonhoogte'.

Leestekens horen

U kunt aangeven hoeveel leestekens u wilt horen (van geen tot alles).

Alles: Alle speciale symbolen en leestekens worden uitgesproken, behalve spaties. Dit betekent dat u een zin kunt horen als 'Ze draaide zich om en stopte komma maar toen liep ze weer verder punt'.

Meeste: Alle speciale symbolen worden uitgesproken, maar veelgebruikte leestekens zoals komma's en punten niet.

Sommige: Toetsenbordsymbolen en veel wiskundige symbolen, zoals + (plus), worden uitgesproken.

Geen: Tekst wordt op de gebruikelijke manier uitgesproken, dus alleen met pauzes voor komma's en punten.

Een VoiceOver-commando gebruiken
  1. Druk op VO + V om de rotor voor de instellingen van het detailniveau te openen.

    Het betreft hier onder andere instellingen voor toetsaanslagherhaling, interpunctie en tekstkenmerken.

  2. Druk op de toets Pijl-links of Pijl-rechts totdat u 'interpunctie' hoort. U hoort ook de huidige instelling.
  3. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de gewenste instelling hoort.
  4. Druk op de Escape-toets om de rotor te sluiten.
VoiceOver-hulpprogramma gebruiken
  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Tekst'.
  3. Verplaats de VoiceOver-cursor naar het venstermenu 'Leestekens' en druk op de spatiebalk.
  4. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de naam van de gewenste instelling hoort. Druk vervolgens op de spatiebalk.

Als u overdraagbare voorkeuren op een gastcomputer gebruikt wanneer u de instellingen voor interpunctie wijzigt, worden de instellingen bewaard op de schijf met overdraagbare voorkeuren en niet op de gastcomputer.

Melding van tekstkenmerkwijzigingen

U kunt opgeven hoe wijzigingen in tekstkenmerken worden gemeld door VoiceOver. VoiceOver kan een toon afspelen, het kenmerk uitspreken of niets doen.

Een VoiceOver-commando gebruiken
  1. Druk op VO + V om de rotor voor de instellingen van het detailniveau te openen.

    Het betreft hier onder andere instellingen voor toetsaanslagherhaling, interpunctie en tekstkenmerken.

  2. Druk op de toets Pijl-links of Pijl-rechts totdat u 'tekstkenmerken' hoort.

    U hoort ook de huidige instelling.

  3. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de gewenste instelling hoort.
  4. Druk op de Escape-toets om de rotor te sluiten.
VoiceOver-hulpprogramma gebruiken
  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Tekst'.
  3. Verplaats de VoiceOver-cursor naar het venstermenu 'Als tekstkenmerken veranderen' en druk op VO + spatiebalk.
  4. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de naam van de gewenste instelling hoort. Druk vervolgens op de spatiebalk.

Om te horen wat de stijl is van de tekst bij de VoiceOver-cursor, drukt u op VO + T.

Als u overdraagbare voorkeuren op een gastcomputer gebruikt wanneer u de huidige instellingen voor tekstkenmerken wijzigt, worden de instellingen bewaard op de schijf met overdraagbare voorkeuren en niet op de gastcomputer.

Tekst in dialoogvensters horen

U kunt het detailniveau bepalen van beschrijvingen die u in dialoogvensters hoort. De standaardinstelling is dat alle tekst wordt uitgesproken.

  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Aankondigingen'.
  3. Voer een van de volgende stappen uit:
    • Om alle tekst in dialoogvensters (zoals labels) te horen, schakelt u het aankruisvak 'Spreek tekst in dialoogvensters automatisch uit' in.
    • Om alleen de tekst te horen waarnaar de VoiceOver-cursor wordt verplaatst wanneer het dialoogvenster wordt geopend, schakelt u het aankruisvak uit.

Een beschrijving van de huidige selectie horen

In de Finder en in andere programma's moet u eerst het onderdeel selecteren dat u wilt gebruiken. Als u bijvoorbeeld een map wilt openen, moet u de map eerst selecteren. U kunt een VoiceOver-commando gebruiken om snel te controleren of er iets is geselecteerd en waaruit de selectie bestaat.

Druk op VO + F6. Als u gebruikmaakt van VoiceOver-bewegingen, tikt u driemaal.

Als er niets is geselecteerd, hoort u 'niets geselecteerd'. Als er tekst is geselecteerd, hoort u de tekst.

De laatst uitgesproken zin herhalen of bewaren

Als u iets niet goed hebt verstaan, kunt u de laatst uitgesproken zin laten herhalen. U kunt de zin ook in een audiobestand op het bureaublad bewaren.

De zin herhalen

Druk op VO + Z.

De zin bewaren

Druk op VO + Shift + Z.

Er wordt een archiefmap aangemaakt waarin het audiobestand wordt bewaard. Deze map bevat ook logbestanden met een overzicht van de acties die op uw Mac hebben plaatsgevonden en kunnen worden gebruikt bij het oplossen van problemen met de Mac.

U kunt de laatst uitgesproken zin ook naar het klembord kopiëren door op VO + Shift + C te drukken.

Tekst selecteren

Tekst in documenten of webpagina's kunt u selecteren met standaardtoetscombinaties van OS X, VoiceOver-bewegingen of snelnavigatie.

Opmerking:In VoiceOver-hulpprogramma moet zijn ingesteld dat de toetsenbordfocus en de VoiceOver-cursor elkaar volgen. U kunt het volgen van de cursor op elk gewenst moment in- of uitschakelen.

Standaardtoetscombinaties van OS X gebruiken

Als u geen tekst kunt selecteren met de standaardtoetscombinaties (bijvoorbeeld in een e-mailbericht dat u hebt ontvangen), drukt u op VO + Return. Druk op VO + pijltoetsen totdat u de gewenste tekst hoort en druk vervolgens nogmaals op VO + Return. De uitgesproken tekst wordt nu gemarkeerd en geselecteerd.

VoiceOver-bewegingen gebruiken
  1. Maak met twee vingers een draaiende beweging op het trackpad totdat u de lijst 'Tekens' of 'Woorden' hoort, of de lijst 'Koppen', 'Regels' of 'Statische tekst'.
  2. Schuif uw vingers uit elkaar om tekst vanaf het beginpunt tot het volgende onderdeel in de rotor te selecteren.

    Schuif uw vingers naar elkaar toe om de selectie van tekst op te heffen

Snelnavigatie gebruiken
  1. Open de webrotor door op Pijl-links + Pijl-omhoog of Pijl-rechts + Pijl-omhoog te drukken.
  2. Ga naar de lijst 'Tekens' of 'Woorden', of de lijst 'Koppen' of 'Statische tekst', door tegelijkertijd te drukken op de toetsen Pijl-rechts en Pijl-omhoog (om naar de volgende lijst te gaan) of de toetsen Pijl-links en Pijl-omhoog (om naar de vorige lijst te gaan).
  3. Navigeer door de onderdelen in een lijst door op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag te drukken en selecteer vervolgens een onderdeel door op Shift + Pijl-omlaag te drukken.

    Druk op Shift + Pijl-omhoog om de selectie van een onderdeel op te heffen.

Om geselecteerde tekst te verwijderen, drukt u op de Delete-toets. Als u tekst per ongeluk hebt verwijderd, kunt u vaak de toetscombinatie Command + Z gebruiken om de vergissing ongedaan te maken. Dit werkt alleen als u de toetscombinatie direct na de vergissing gebruikt.

Horen wat u typt

VoiceOver kan de tekst uitspreken die u typt. Dit wordt de toetsaanslagherhaling genoemd. Deze functie is handig als u ter controle wilt horen wat u hebt getypt. Met behulp van een toetscombinatie of met VoiceOver-hulpprogramma kunt u instellen hoe ingevoerde tekst wordt herhaald. De volgende instellingen zijn beschikbaar:

Niets: De tekst die u typt, wordt niet uitgesproken.

Tekens: Elk teken dat u typt, wordt uitgesproken.

Woorden: Het woord dat u hebt getypt, wordt na een korte pauze uitgesproken (de standaardinstelling).

Tekens en woorden: Elk teken en elk voltooid woord wordt uitgesproken.

Een VoiceOver-commando gebruiken
  1. Druk op VO + V om de rotor voor de instellingen van het detailniveau te openen.

    Het betreft hier onder andere instellingen voor interpunctie, verkeerd gespelde woorden en tekstkenmerken.

  2. Druk op de toets Pijl-links of Pijl-rechts totdat u 'toetsaanslagherhaling' hoort. U hoort ook de huidige instelling.
  3. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de gewenste instelling hoort.
  4. Druk op de Escape-toets om de rotor te sluiten.
VoiceOver-hulpprogramma gebruiken
  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Tekst'.
  3. Verplaats de VoiceOver-cursor naar het venstermenu 'Spreek uit tijdens typen' en druk op VO + spatiebalk.
  4. Druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag totdat u de naam van de gewenste instelling hoort. Druk vervolgens op de spatiebalk.

    Als u meer wilt weten over de opties, klikt u op de knop met het vraagteken in de rechterbenedenhoek van het paneel.

Als u overdraagbare voorkeuren op een gastcomputer gebruikt wanneer u de instellingen voor toetsaanslagen wijzigt, worden de instellingen bewaard op de schijf met overdraagbare voorkeuren en niet op de gastcomputer.

Horen wanneer de Caps Lock-toets is ingedrukt

VoiceOver geeft een geluid weer wanneer u een hoofdletter typt om u te laten weten dat het een hoofdletter is. U kunt VoiceOver ook een melding laten weergeven wanneer Caps Lock in- of uitgeschakeld wordt.

  1. Als VoiceOver is geactiveerd, opent u VoiceOver-hulpprogramma door op VO + F8 te drukken.
  2. Klik op 'Detailniveau' in de categorieëntabel en klik vervolgens op 'Aankondigingen'.
  3. Schakel het aankruisvak 'Meld wanneer Caps Lock-toets wordt ingedrukt' in.

Woordaanvulling gebruiken

In sommige programma's, zoals Teksteditor, wordt een lijst met woordaanvullingen weergegeven voor gedeeltelijk ingevoerde tekst. Als u bijvoorbeeld "melk" typt, wordt een lijst weergegeven met woorden die met "melk" beginnen, waarna u het gewenste woord uit die lijst kunt kiezen. U kunt VoiceOver gebruiken om deze lijst op te laten lezen en een woord te selecteren.

  1. Typ de tekens die u weet en druk op F5 (u mag de VO-toetsen niet gebruiken met dit commando). Mogelijk moet u op Fn + F5 drukken.
  2. Druk op de toets Pijl-omlaag totdat u het juiste woord hoort.
  3. Om de spelling van het woord te horen, drukt u op VO + W + W. Om het woord volgens het spellingsalfabet te laten spellen, drukt u op VO + W + W + W.
  4. Als u het gewenste woord hoort, drukt u op de spatiebalk.

    Het geselecteerde woord vervangt de tekst die u hebt getypt.

Woorden met spelfouten corrigeren

Veel OS X-programma's, zoals Teksteditor en Mail, kunnen terwijl u typt woorden met spelfouten herkennen en correcties voorstellen. U kunt woorden met spelfouten automatisch laten corrigeren of u kunt zelf het juiste woord uit de aangeboden correctie(s) kiezen.

Als u niet wilt dat de spelling automatisch wordt gecorrigeerd, kiest u 'Wijzig' > 'Spelling en grammatica'. Vervolgens schakelt u het commando 'Corrigeer spelling automatisch' uit. Dit commando is niet in alle programma's beschikbaar.

De automatische spellingcorrectie gebruiken

Wanneer VoiceOver een woord met een spelfout signaleert terwijl u typt, voert u een van de volgende stappen uit:

Spelling handmatig corrigeren

Als u de automatische spellingcorrectie niet hebt ingeschakeld of als een document woorden met spelfouten bevat waarvoor geen correcties beschikbaar zijn, kunt u de woorden met de spelfouten handmatig corrigeren.

  1. Om naar het eerste verkeerd gespelde woord te gaan, drukt u op Command + ;.

    Als u het tekstgebied nog moet activeren, drukt u op VO + Shift + Pijl-omlaag.

  2. Om de spelling van het woord te horen, drukt u op VO + W + W.

    Soms worden woorden onderstreept die niet verkeerd zijn geschreven. Dit komt omdat deze woorden niet door de spellingcorrectie worden herkend. Druk in dat geval opnieuw op Command + ; totdat u een woord hoort dat wel verkeerd is gespeld.

  3. Om een snelmenu te openen met suggesties voor de spelling van het verkeerd gespelde woord, beschikbare woordenboeken en dergelijke, drukt u op VO + Shift + M.
  4. Druk op de pijltoetsen om te navigeren naar de spelling die u wilt gebruiken en druk op VO + spatiebalk om de spelling te selecteren.

    Als u een gecorrigeerde spelling kiest uit het menu, vervangt de nieuwe spelling de oude spelling. Als u geen geschikte correctie hoort, drukt u op de Escape-toets om het menu te sluiten. Druk vervolgens op VO + Shift + F4 om de VoiceOver-cursor op het verkeerd gespelde woord te zetten en corrigeer de fout handmatig.

Voor het controleren van de spelling en grammatica kunt u het venster 'Spelling en grammatica' gebruiken. Dit venster kunt u in de meeste programma's openen via het Wijzig-menu. Druk op Command + Shift + ; om het venster weer te geven.